Go to Allah Before its to Late
- Fajr:3:25 am
- Dhuhr:12:04 pm
- Asr:5:00 pm
- Maghrib:7:06 pm
- Isha'a:8:45 pm
24: سورة النور
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَـٰنِ ٱلرَّحِيمِ
In the Name of Allah—the Most Compassionate, Most Merciful.
sūratun anzalnāhā wafaraḍnāhā wa-anzalnā fīhā āyātin bayyinātin laʿallakum tadhakkarūna
(Dit is) een Soerah die Wij neer hebben gezonden en die Wij verplicht hebben gesteld en hierin hebben Wij duidelijke Tekenen geopenbaard. Dat jullie daaraan mogen denken.
al-zāniyatu wal-zānī fa-ij'lidū kulla wāḥidin min'humā mi-ata jaldatin walā takhudh'kum bihimā rafatun fī dīni l-lahi in kuntum tu'minūna bil-lahi wal-yawmi l-ākhiri walyashhad ʿadhābahumā ṭāifatun mina l-mu'minīna
De ontuchtige vrouw en de ontuchtige man moeten ieder met honderd zweepslagen geslagen worden. Laat medelijden jullie daarvan niet weerhouden in de godsdienst van Allah, als jullie in Allah en de Laatste Dag geloven. En laat een deel van de gelovigen getuigen zijn van de bestraffing.
al-zānī lā yankiḥu illā zāniyatan aw mush'rikatan wal-zāniyatu lā yankiḥuhā illā zānin aw mush'rikun waḥurrima dhālika ʿalā l-mu'minīna
De overspelige man trouwt niet anders dan de overspelige vrouw of een afgodaanbidster. En geen trouwt haar behalve een overspelige man of een afgodenaanbidder. En dat is verboden voor de gelovigen.
wa-alladhīna yarmūna l-muḥ'ṣanāti thumma lam yatū bi-arbaʿati shuhadāa fa-ij'lidūhum thamānīna jaldatan walā taqbalū lahum shahādatan abadan wa-ulāika humu l-fāsiqūna
En degenen die kuise vrouwen beschuldigen (van ontucht) en geen vier getuigen kunnen leveren, straf hen met tachtig zweepslagen en verwerp voor altijd hun getuigenis, zij zijn zeker de verdorvenen.
illā alladhīna tābū min baʿdi dhālika wa-aṣlaḥū fa-inna l-laha ghafūrun raḥīmun
Behalve degenen die daarna berouw tonen en goede daden verrichten (voor hen) waarlijk, is Allah Vergevingsgezind, Genadevol.
wa-alladhīna yarmūna azwājahum walam yakun lahum shuhadāu illā anfusuhum fashahādatu aḥadihim arbaʿu shahādātin bil-lahi innahu lamina l-ṣādiqīna
En degenen die hun echtgenotes beschuldigen, maar geen andere getuigen hebben dan zichzelf, laat ieder van hen vier maal in de naam van Allah zweren, dat hij degene is die de waarheid spreekt.
wal-khāmisatu anna laʿnata l-lahi ʿalayhi in kāna mina l-kādhibīna
En de vijfde (getuigenis) (moet) de oproeping van de vloek van Allah over hem zijn, als hij een leugen (over haar) verteld heeft.
wayadra-u ʿanhā l-ʿadhāba an tashhada arbaʿa shahādātin bil-lahi innahu lamina l-kādhibīna
Maar het zal de bestraffing van haar afwenden, als zij vier maal voor Allah getuigt (zweert) dat hij een leugen vertelt.
wal-khāmisata anna ghaḍaba l-lahi ʿalayhā in kāna mina l-ṣādiqīna
En haar vijfde (getuigenis) moet zijn, dat zij de wraak van Allah op haar roept als hij de waarheid spreekt.
walawlā faḍlu l-lahi ʿalaykum waraḥmatuhu wa-anna l-laha tawwābun ḥakīmun
En als de gunst van Allah en Zijn genade er voor jullie niet was, en als Hij niet de Vergever, de Alwijze was.....(dan zouden jullie snel ten onder gaan).
inna alladhīna jāū bil-if'ki ʿuṣ'batun minkum lā taḥsabūhu sharran lakum bal huwa khayrun lakum likulli im'ri-in min'hum mā ik'tasaba mina l-ith'mi wa-alladhī tawallā kib'rahu min'hum lahu ʿadhābun ʿaẓīmun
Waarlijk! Degenen die de laster zijn begonnen zijn een groep onder jullie. Beschouw het niet als iets slechts voor jullie. Integendeel, het is goed voor jullie. Een iedere van hen wordt belast voor de zonde die hij gepleegd heeft. En degene van hen die grootste aandeel had: voor hem zal er een grotere bestraffing zijn.
lawlā idh samiʿ'tumūhu ẓanna l-mu'minūna wal-mu'minātu bi-anfusihim khayran waqālū hādhā if'kun mubīnun
Hadden, toen jullie het hoorden, de gelovige mannen en de gelovige vrouwen maar goed over hun eigen mensen nagedacht en gezegd: “Deze (beschuldiging) is een duidelijke leugen.”
lawlā jāū ʿalayhi bi-arbaʿati shuhadāa fa-idh lam yatū bil-shuhadāi fa-ulāika ʿinda l-lahi humu l-kādhibūna
Waarom hebben zij niet vier" getuigen geleverd? Omdat zij geen getuigen leveren zijn zij duidelijke leugenaars in het Aangezicht van Allah.
walawlā faḍlu l-lahi ʿalaykum waraḥmatuhu fī l-dun'yā wal-ākhirati lamassakum fī mā afaḍtum fīhi ʿadhābun ʿaẓīmun
Als het niet vanwege de gunst van Allah en Zijn genade er niet geweest was voor jullie in deze wereld en het Hiernamaals, dan zou een grote bestraffing jullie zeker treffen vanwege wat jullie gedaan hebben.
idh talaqqawnahu bi-alsinatikum wataqūlūna bi-afwāhikum mā laysa lakum bihi ʿil'mun wataḥsabūnahu hayyinan wahuwa ʿinda l-lahi ʿaẓīmun
Toen jullie het (de laster) met jullie tongen overnamen en het met jullie monden uitspraken, waarover jullie geen kennis hadden. En jullie dachten dat het iets kleins was, terwijl het in het Aangezicht van Allah heel groot was.
walawlā idh samiʿ'tumūhu qul'tum mā yakūnu lanā an natakallama bihādhā sub'ḥānaka hādhā buh'tānun ʿaẓīmun
En hadden jullie maar, toen jullie het hoorden, gezegd: “Het is niet goed als wij hierover spreken. Heilig bent U (O Allah), dit is een grote leugen.”
yaʿiẓukumu l-lahu an taʿūdū limith'lihi abadan in kuntum mu'minīna
Allah verbiedt jullie dit en waarschuwt jullie zoiets nooit meer te doen; als jullie gelovigen zijn.
wayubayyinu l-lahu lakumu l-āyāti wal-lahu ʿalīmun ḥakīmun
En Allah maakt de Tekenen voor jullie duidelijk, Allah is Alwetend, Alwijs.
inna alladhīna yuḥibbūna an tashīʿa l-fāḥishatu fī alladhīna āmanū lahum ʿadhābun alīmun fī l-dun'yā wal-ākhirati wal-lahu yaʿlamu wa-antum lā taʿlamūna
Waarlijk, degenen die er van houden dat de gruweldaad zich verspreidt onder de gelovigen, zullen in deze wereld en in het Hiernamaals een pijnlijke bestraffing hebben. En Allah weet en jullie weten niet.
walawlā faḍlu l-lahi ʿalaykum waraḥmatuhu wa-anna l-laha raūfun raḥīmun
En als het niet vanwege de Gunst en Zijn genade voor jullie was geweest (dan zou Allah zich gehaast hebben jullie te bestraffen). En Allah is vol Vriendelijkheid, Genadig.
yāayyuhā alladhīna āmanū lā tattabiʿū khuṭuwāti l-shayṭāni waman yattabiʿ khuṭuwāti l-shayṭāni fa-innahu yamuru bil-faḥshāi wal-munkari walawlā faḍlu l-lahi ʿalaykum waraḥmatuhu mā zakā minkum min aḥadin abadan walākinna l-laha yuzakkī man yashāu wal-lahu samīʿun ʿalīmun
O jullie die geloven! Volg de voetstappen van Sheitan niet. En ieder die de voetstappen van Sheitan volgt, die beveelt dan waarlijk het onfatsoenlijke en het slechte. En als de Gunst en Zijn genade er voor jullie niet geweest zou zijn, dan zou geen van jullie ooit van zijn zonden gezuiverd worden. Maar Allah reinigt wie Hij wil en Allah is Alhorend, Alwetend.
walā yatali ulū l-faḍli minkum wal-saʿati an yu'tū ulī l-qur'bā wal-masākīna wal-muhājirīna fī sabīli l-lahi walyaʿfū walyaṣfaḥū alā tuḥibbūna an yaghfira l-lahu lakum wal-lahu ghafūrun raḥīmun
En laat degenen onder jullie die gezegend zijn met gunsten en welvaart niet zweren "het niet weg te geven aan de verwanten, de armen die bedelen en degenen die in hun huizen voor de Zaak van Allah zijn achtergelaten. Laat hen vergeven en lankmoedig zijn. Houden jullie er niet van dat Allah jullie zou vergeven? En Allah is Vergevingsgezind, Genadevol.
inna alladhīna yarmūna l-muḥ'ṣanāti l-ghāfilāti l-mu'mināti luʿinū fī l-dun'yā wal-ākhirati walahum ʿadhābun ʿaẓīmun
Waarlijk, degenen die kuise, onschuldige vrouwen beschuldigen (van ontucht) en goede gelovigen zijn, zijn in dit leven en in het Hiernamaals vervloekt en voor hen zal er een grote bestraffing zijn.
yawma tashhadu ʿalayhim alsinatuhum wa-aydīhim wa-arjuluhum bimā kānū yaʿmalūna
Op de Dag dat hun tongen, hun handen en hun benen of voeten tegen hen zullen getuigen over wat zij gewend zijn te doen.
yawma-idhin yuwaffīhimu l-lahu dīnahumu l-ḥaqa wayaʿlamūna anna l-laha huwa l-ḥaqu l-mubīnu
Op die Dag zal Allah hun daden volledig belonen, en zij zullen weten dat Allah de Duidelijke Waarheid is.
al-khabīthātu lil'khabīthīna wal-khabīthūna lil'khabīthāti wal-ṭayibātu lilṭṭayyibīna wal-ṭayibūna lilṭṭayyibāti ulāika mubarraūna mimmā yaqūlūna lahum maghfiratun wariz'qun karīmun
Slechte uitspraken zijn voor slechte mensen (of slechte vrouwen voor slechte mannen) en slechte mensen zijn voor slechte uitspraken (of slechte mannen voor slechte vrouwen). Goede uitspraken zijn voor goede mensen (of goede vrouwen voor goede mannen) en goede mensen zijn voor goede uitspraken (of goede mannen voor goede vrouwen) zulke (goede mensen) zijn onschuldig (van iedere) slechte uitspraak die zij uiten, voor hen is er Vergeving en een geweldige voorziening.
yāayyuhā alladhīna āmanū lā tadkhulū buyūtan ghayra buyūtikum ḥattā tastanisū watusallimū ʿalā ahlihā dhālikum khayrun lakum laʿallakum tadhakkarūna
O jullie die geloven! Gaan niet de huizen anders dan je eigen huizen binnen totdat jullie toestemming hebben gekregen en groet degenen die daar zijn. Dat is beter voor jullie, zodat jullie je dat zullen herinneren.
fa-in lam tajidū fīhā aḥadan falā tadkhulūhā ḥattā yu'dhana lakum wa-in qīla lakumu ir'jiʿū fa-ir'jiʿū huwa azkā lakum wal-lahu bimā taʿmalūna ʿalīmun
En als er niemand thuis is, ga dan niet zonder toestemming naar binnen. En als jullie gevraagd wordt weg te gaan, ga dan weg, want dat is zuiverder voor jullie en Allah is Alwetend over wat jullie doen.
laysa ʿalaykum junāḥun an tadkhulū buyūtan ghayra maskūnatin fīhā matāʿun lakum wal-lahu yaʿlamu mā tub'dūna wamā taktumūna
Er is voor jullie geen zonde als jullie onbewoonde huizen, waarin jullie goederen staan (zonder toestemming) binnengaan. En Allah heeft kennis van wat jullie in openlijk doen en wat jullie in het verborgene doen.
qul lil'mu'minīna yaghuḍḍū min abṣārihim wayaḥfaẓū furūjahum dhālika azkā lahum inna l-laha khabīrun bimā yaṣnaʿūna
Zeg (O Mohammed) de gelovigen mannen hun blikken neer te slaan en dat zij hun passie beheersen. Dat is zuiverder voor hen. Waarlijk Allah is zich welbewust over wat zij doen.
waqul lil'mu'mināti yaghḍuḍ'na min abṣārihinna wayaḥfaẓna furūjahunna walā yub'dīna zīnatahunna illā mā ẓahara min'hā walyaḍrib'na bikhumurihinna ʿalā juyūbihinna walā yub'dīna zīnatahunna illā libuʿūlatihinna aw ābāihinna aw ābāi buʿūlatihinna aw abnāihinna aw abnāi buʿūlatihinna aw ikh'wānihinna aw banī ikh'wānihinna aw banī akhawātihinna aw nisāihinna aw mā malakat aymānuhunna awi l-tābiʿīna ghayri ulī l-ir'bati mina l-rijāli awi l-ṭif'li alladhīna lam yaẓharū ʿalā ʿawrāti l-nisāi walā yaḍrib'na bi-arjulihinna liyuʿ'lama mā yukh'fīna min zīnatihinna watūbū ilā l-lahi jamīʿan ayyuha l-mu'minūna laʿallakum tuf'liḥūna
En zeg de gelovige vrouwen hun blikken neer te slaan en hun kuisheid te bewaken en hun schoonheid niet te tonen dan hetgeen ervan zichtbaar moet zijn. En zij moeten de sluiers volledig over hun boezems dragen en hun schoonheid niet openlijk tonen behalve voor hun echtgenoten, hun vaders, hun schoonvaders, hun zonen, of de zonen van haar echtgenoot, hun broeders en de zonen van hun broeders of de zonen van hun zusters of hun (moslim) vrouwen of de (vrouwelijke) slaven die hun rechterhanden bezitten of de oude mannelijke bedienden die geen begeerte meer hebben of kleine kinderen die geen besef van de geslachtsdaad hebben. En laat hun niet met hun voeten stampen om zo hun verborgen sieraden te onthullen. En keer jullie allen in berouw tot Allah (door dingen te vermijden die Zijn toorn opwekken), O gelovige (mannen en vrouwen), opdat jullie zullen slagen (en gered zullen worden van de verschrikkingen).
wa-ankiḥū l-ayāmā minkum wal-ṣāliḥīna min ʿibādikum wa-imāikum in yakūnū fuqarāa yugh'nihimu l-lahu min faḍlihi wal-lahu wāsiʿun ʿalīmun
En trouw met (de alleenstaanden) in jullie (moslimgemeenschap) en met de vrome (dienaren) onder jullie slaven en slavinnen. (Laat het jullie niet weerhouden hen te huwen) als zij arm zijn, want Allah zal hen van Zijn overvloedige gunsten voorzien. En Allah is Alomvattend, Alwetend.
walyastaʿfifi alladhīna lā yajidūna nikāḥan ḥattā yugh'niyahumu l-lahu min faḍlihi wa-alladhīna yabtaghūna l-kitāba mimmā malakat aymānukum fakātibūhum in ʿalim'tum fīhim khayran waātūhum min māli l-lahi alladhī ātākum walā tuk'rihū fatayātikum ʿalā l-bighāi in aradna taḥaṣṣunan litabtaghū ʿaraḍa l-ḥayati l-dun'yā waman yuk'rihhunna fa-inna l-laha min baʿdi ik'rāhihinna ghafūrun raḥīmun
En laat degenen die geen (mogelijkheid) vinden om te trouwen kuis blijven, tot Allah hen uit Zijn overvloed verrijkt. En die dienaren die een geschreven (vrijheidsbrief) verlangen, geef het hem op schrift als jullie weten dat zij goed en betrouwbaar zijn. En geef hen van de rijkdom die Allah jullie geschonken heeft. En dwing jullie slavinnen niet tot prostitutie als zij kuisheid wensen, omdat jullie de vergankelijkheden van dit wereldse leven begeren. Maar als iemand hen (tot prostitutie) dwingt, dan is Allah na hun dwang (voor deze vrouwen) Vergevingsgezind, Genadevol.
walaqad anzalnā ilaykum āyātin mubayyinātin wamathalan mina alladhīna khalaw min qablikum wamawʿiẓatan lil'muttaqīna
En voorwaar, Wij hebben duidelijke Tekenen neergezonden en voorbeelden voor degenen die jullie vroeger vooraf gegaan zijn en een waarschuwing voor degenen die godvrezend zijn.
al-lahu nūru l-samāwāti wal-arḍi mathalu nūrihi kamish'katin fīhā miṣ'bāḥun l-miṣ'bāḥu fī zujājatin l-zujājatu ka-annahā kawkabun durriyyun yūqadu min shajaratin mubārakatin zaytūnatin lā sharqiyyatin walā gharbiyyatin yakādu zaytuhā yuḍīu walaw lam tamsashu nārun nūrun ʿalā nūrin yahdī l-lahu linūrihi man yashāu wayaḍribu l-lahu l-amthāla lilnnāsi wal-lahu bikulli shayin ʿalīmun
Allah (voorziet) de hemelen en de aarde van licht (d.m.v. de zon en de maan). De gelijkenis van Zijn licht (in het hart van de gelovige) is zoals een nis waarin een lantaarn staat: de lamp bevindt zich in een glas. Het (licht in dit) glas is zoals dat van een stralende ster die werd aangestoken (met olie) van een gezegende olijfboom – die niet van het Oosten, noch van het Westen is. Haar olie lijkt uit zichzelf te willen ontvlammen, hoewel geen vuur het heeft aangeraakt. Licht op licht! Allah leidt naar Zijn licht wie Hij wil. En Allah geeft de mensheid gelijkenissen, en Allah is Alwetend over alle zaken.
fī buyūtin adhina l-lahu an tur'faʿa wayudh'kara fīhā us'muhu yusabbiḥu lahu fīhā bil-ghuduwi wal-āṣāli
(Zo’n licht brandt) in huizen waarvoor Allah gebood (Hem) erin te eren en Zijn naam te noemen, zij prijzen Zijn Glorie daarin in de ochtenden en de avonden.
rijālun lā tul'hīhim tijāratun walā bayʿun ʿan dhik'ri l-lahi wa-iqāmi l-ṣalati waītāi l-zakati yakhāfūna yawman tataqallabu fīhi l-qulūbu wal-abṣāru
(Door) mannen die niet door handel en niet door verkoop worden afgeleid van de Overdenking van Allah en (ook niet van) het onderhouden van de gebeden en van het geven van Zakat. Zij vrezen voor een Dag waarop hun harten en hun ogen zich omkeren.
liyajziyahumu l-lahu aḥsana mā ʿamilū wayazīdahum min faḍlihi wal-lahu yarzuqu man yashāu bighayri ḥisābin
Opdat Allah hen beloont in overeenstemming met het beste van hun daden. En Hij vermeerdert voor hen Zijn gunst. En Allah voorziet zonder maatneming aan wie Hij wil.
wa-alladhīna kafarū aʿmāluhum kasarābin biqīʿatin yaḥsabuhu l-ẓamānu māan ḥattā idhā jāahu lam yajid'hu shayan wawajada l-laha ʿindahu fawaffāhu ḥisābahu wal-lahu sarīʿu l-ḥisābi
En degenen die ongelovig zijn: hun daden zijn als een luchtspiegeling op de woestijnvlakte. De dorstige denkt dat er water is, maar als hij het nadert, vindt hij niets, maar hij vindt Allah bij zich, Die hem zijn rekening ten volle vereffent. En Allah is snel in de afrekening.
aw kaẓulumātin fī baḥrin lujjiyyin yaghshāhu mawjun min fawqihi mawjun min fawqihi saḥābun ẓulumātun baʿḍuhā fawqa baʿḍin idhā akhraja yadahu lam yakad yarāhā waman lam yajʿali l-lahu lahu nūran famā lahu min nūrin
Of (de toestand van de ongelovigen) is als de duisternis van een grote diepe zee, overweldigt door een grote golf, met een grote golf aan haar top en daarboven donkere wolken, duisternis op duisternis.Als iemand zijn hand uitsteekt, kan hij die nauwelijks zien! En hij waarvoor Allah niet het licht heeft aangewezen, voor hem is er geen licht.
alam tara anna l-laha yusabbiḥu lahu man fī l-samāwāti wal-arḍi wal-ṭayru ṣāffātin kullun qad ʿalima ṣalātahu watasbīḥahu wal-lahu ʿalīmun bimā yafʿalūna
Zie jij dan niet dat alles in de hemelen en op de aarde Allah prijst en ook de vogels met uitgespreide vleugels. Ieder kent waarlijk zijn gebed en zijn verheerlijkingen, en Allah is Alwetend over wat zij doen.
walillahi mul'ku l-samāwāti wal-arḍi wa-ilā l-lahi l-maṣīru
En aan Allah behoort de soevereiniteit van de hemelen en de aarde, en tot Allah zullen (allen) terugkeren.
alam tara anna l-laha yuz'jī saḥāban thumma yu-allifu baynahu thumma yajʿaluhu rukāman fatarā l-wadqa yakhruju min khilālihi wayunazzilu mina l-samāi min jibālin fīhā min baradin fayuṣību bihi man yashāu wayaṣrifuhu ʿan man yashāu yakādu sanā barqihi yadhhabu bil-abṣāri
Zie jij niet dat Allah de wolken zachtjes voortduwt, en hen dan samenvoegt, en vervolgens hen tot een hoop met lagen maakt. En zie je niet dat de regen tussen hen voortkomt. En Hij laat uit de lucht wolken (zoals) bergen neerdalen waarin hagel is. Hij treft daarmee wie Hij wil en Hij wendt het af van wie Hij wil. De levendige flits van de bliksem verblindt bijna het gezichtsvermogen.
yuqallibu l-lahu al-layla wal-nahāra inna fī dhālika laʿib'ratan li-ulī l-abṣāri
Allah zorgt er voor dat de nacht en de dag elkaar opvolgen. Waarlijk, in deze zaken is zeker een les voor degenen die inzicht hebben.
wal-lahu khalaqa kulla dābbatin min māin famin'hum man yamshī ʿalā baṭnihi wamin'hum man yamshī ʿalā rij'layni wamin'hum man yamshī ʿalā arbaʿin yakhluqu l-lahu mā yashāu inna l-laha ʿalā kulli shayin qadīrun
Allah schiep ieder levend wezen uit water. Onder hen zijn er die op hun buiken voortkruipen, er zijn er die op twee (benen) lopen en sommigen lopen op vier (poten). Allah schept wat Hij wil. Waarlijk! Allah is tot alle dingen in staat.
laqad anzalnā āyātin mubayyinātin wal-lahu yahdī man yashāu ilā ṣirāṭin mus'taqīmin
Wij hebben zeker (in deze Koran) duidelijke Tekenen neergezonden. En Allah leidt hij wie Hij wil naar het rechte Pad.
wayaqūlūna āmannā bil-lahi wabil-rasūli wa-aṭaʿnā thumma yatawallā farīqun min'hum min baʿdi dhālika wamā ulāika bil-mu'minīna
Zij zeggen: “Wij geloven in Allah, in Zijn Boodschapper en wij gehoorzamen,” vervolgens keert een deel van hen zich daarvan af. En zij zijn geen gelovigen.
wa-idhā duʿū ilā l-lahi warasūlihi liyaḥkuma baynahum idhā farīqun min'hum muʿ'riḍūna
En als zij tot Allah en Zijn Boodschapper opgeroepen worden, opdat hij onder hen oordeelt, dan is er een groep onder hen die zich afwendt.
wa-in yakun lahumu l-ḥaqu yatū ilayhi mudh'ʿinīna
Maar indien het recht aan hun kant is dan komen zij gewillig in onderwerping tot Hem.
afī qulūbihim maraḍun ami ir'tābū am yakhāfūna an yaḥīfa l-lahu ʿalayhim warasūluhu bal ulāika humu l-ẓālimūna
Is er een ziekte in hun harten? Of twijfelen zij en zijn zij bang dat Allah en Zijn Boodschapper hen zullen benadelen in de beoordeling. Integendeel, zij zijn degenen die de onrechtvaardigen zijn.
innamā kāna qawla l-mu'minīna idhā duʿū ilā l-lahi warasūlihi liyaḥkuma baynahum an yaqūlū samiʿ'nā wa-aṭaʿnā wa-ulāika humu l-muf'liḥūna
De woorden van de trouwe gelovigen, wanneer zij naar Allah en Zijn Boodschapper opgeroepen worden om tussen hen te oordelen, is dat zij zeggen: “Wij horen en gehoorzamen.” En dat zijn de geslaagden.
waman yuṭiʿi l-laha warasūlahu wayakhsha l-laha wayattaqhi fa-ulāika humu l-fāizūna
En ieder die Allah en Zijn Boodschapper gehoorzaamt, en bang voor Allah is en Hem vreest: zij zijn de geslaagden.
wa-aqsamū bil-lahi jahda aymānihim la-in amartahum layakhrujunna qul lā tuq'simū ṭāʿatun maʿrūfatun inna l-laha khabīrun bimā taʿmalūna
Zij zweren bij Allah hun grootste eden, dat als jij hen zou bevelen, zij (hun huizen) zouden verlaten (om voor Allah te vechten). Zeg: “Zweer niet; (deze) gehoorzaamheid (van jullie) is bekend. Waarlijk, Allah is Alwetend over wat jullie doen.”
qul aṭīʿū l-laha wa-aṭīʿū l-rasūla fa-in tawallaw fa-innamā ʿalayhi mā ḥummila waʿalaykum mā ḥummil'tum wa-in tuṭīʿūhu tahtadū wamā ʿalā l-rasūli illā l-balāghu l-mubīnu
Zeg: “Gehoorzaam Allah en gehoorzaam de Boodschapper! En als jullie je afkeren is hij slechts verantwoordelijk voor de taak die hem gesteld is en jullie zijn verantwoordelijk voor waar jullie mee belast zijn. Als jullie hem gehoorzamen, zullen jullie rechtgeleid zijn. De plicht van de Boodschapper is slechts de duidelijke verkondiging.
waʿada l-lahu alladhīna āmanū minkum waʿamilū l-ṣāliḥāti layastakhlifannahum fī l-arḍi kamā is'takhlafa alladhīna min qablihim walayumakkinanna lahum dīnahumu alladhī ir'taḍā lahum walayubaddilannahum min baʿdi khawfihim amnan yaʿbudūnanī lā yush'rikūna bī shayan waman kafara baʿda dhālika fa-ulāika humu l-fāsiqūna
En Allah heeft degenen onder jullie die geloven en goede daden doen beloofd, dat Hij hen zeker de opvolging van (de huidige leiders) van de" aarde zal geven, zoals Hij het aan degenen vόόr hen had gegeven, en Hij zal hen het gezag geven om haar godsdienst uit te voeren, dat wat Hij voor hen gekozen heeft. En dat Hij voor hen hun vrees door veiligheid vervangt. Zij (gelovigen) aanbidden Mij en zij kennen Mij geen deelgenoten toe. Maar wie hierna ongelovig zijn, behoren tot de verdorvenen.
wa-aqīmū l-ṣalata waātū l-zakata wa-aṭīʿū l-rasūla laʿallakum tur'ḥamūna
En verricht de gebeden perfect en geef Zakat en gehoorzaam de Boodschapper. Dat jullie genade moge ontvangen.
lā taḥsabanna alladhīna kafarū muʿ'jizīna fī l-arḍi wamawāhumu l-nāru walabi'sa l-maṣīru
Denk niet dat de ongelovigen op de aarde kunnen vluchten (van de bestraffing). Hun verblijfplaats zal het Vuur zijn - en hun bestemming is zeker slecht!
yāayyuhā alladhīna āmanū liyastadhinkumu alladhīna malakat aymānukum wa-alladhīna lam yablughū l-ḥuluma minkum thalātha marrātin min qabli ṣalati l-fajri waḥīna taḍaʿūna thiyābakum mina l-ẓahīrati wamin baʿdi ṣalati l-ʿishāi thalāthu ʿawrātin lakum laysa ʿalaykum walā ʿalayhim junāḥun baʿdahunna ṭawwāfūna ʿalaykum baʿḍukum ʿalā baʿḍin kadhālika yubayyinu l-lahu lakumu l-āyāti wal-lahu ʿalīmun ḥakīmun
O jullie die geloven! Laat jullie wettige slaven en slavinnen en degenen onder jullie die de volwassenheid nog niet bereikt hebben, jullie in drie gevallen om toestemming vragen (om tot jullie te komen); voor het ochtendgebed, en voor de middagrust, en na het ‘Isjaa’- gebed; de drie (gelegenheden) waarbij jullie je ontkleden. Buiten deze tijden is er geen overtreding voor jullie en voor hen om te naderen, met de bedoeling elkaar te helpen. Zo maakt Allah de Tekenen voor jullie duidelijk. En Allah is Alwetend, Alwijs.
wa-idhā balagha l-aṭfālu minkumu l-ḥuluma falyastadhinū kamā is'tadhana alladhīna min qablihim kadhālika yubayyinu l-lahu lakum āyātihi wal-lahu ʿalīmun ḥakīmun
En als de kinderen onder jullie de volwassenheidheid bereiken, laat hen dan (ook) om toestemming vragen zoals de ouderen (in leeftijd) onder hen. Zo maakt Allah Zijn Tekenen voor jullie duidelijk. En Allah is Alwetend, Alwijs.
wal-qawāʿidu mina l-nisāi allātī lā yarjūna nikāḥan falaysa ʿalayhinna junāḥun an yaḍaʿna thiyābahunna ghayra mutabarrijātin bizīnatin wa-an yastaʿfif'na khayrun lahunna wal-lahu samīʿun ʿalīmun
En wat de vrouwen betreft die hun vruchtbare jaren gehad hebben, en niet op een huwelijk hopen, is het geen zonde als zij hun (buitenste) kleding afleggen, maar wel op zo’n manier dat zij hun sieraden niet tonen. Maar om hiervan af te zien is beter voor hen. En Allah is Alhorend, Alwetend.
laysa ʿalā l-aʿmā ḥarajun walā ʿalā l-aʿraji ḥarajun walā ʿalā l-marīḍi ḥarajun walā ʿalā anfusikum an takulū min buyūtikum aw buyūti ābāikum aw buyūti ummahātikum aw buyūti ikh'wānikum aw buyūti akhawātikum aw buyūti aʿmāmikum aw buyūti ʿammātikum aw buyūti akhwālikum aw buyūti khālātikum aw mā malaktum mafātiḥahu aw ṣadīqikum laysa ʿalaykum junāḥun an takulū jamīʿan aw ashtātan fa-idhā dakhaltum buyūtan fasallimū ʿalā anfusikum taḥiyyatan min ʿindi l-lahi mubārakatan ṭayyibatan kadhālika yubayyinu l-lahu lakumu l-āyāti laʿallakum taʿqilūna
Het is geen zonde voor de blinde, en niet een zonde voor de lamme, en niet een zonde voor de zieke en niet voor julliezelf, dat jullie in jullie huizen eten, of in de huizen van jullie vaders of in de huizen van jullie moeders, of in de huizen van jullie broeders, of in de huizen van jullie zusters, of in de huizen de jullie vaders broeders, of in de huizen van jullie vaders zusters, of in de huizen van jullie moeders broeders of in de huizen van jullie moeders zusters, of (in die) waarvan jullie een sleutel hebben of (in het huis) van jullie vrienden. Het is geen overtreding voor jullie om apart of gezamenlijk te eten. Maar als jullie een huis binnentreden, groet elkaar met de begroeting van Allah, gezegend en goed. Allah maakt de Tekenen voor jullie duidelijk, zodat jullie het begrijpen mogen.
innamā l-mu'minūna alladhīna āmanū bil-lahi warasūlihi wa-idhā kānū maʿahu ʿalā amrin jāmiʿin lam yadhhabū ḥattā yastadhinūhu inna alladhīna yastadhinūnaka ulāika alladhīna yu'minūna bil-lahi warasūlihi fa-idhā is'tadhanūka libaʿḍi shanihim fadhan liman shi'ta min'hum wa-is'taghfir lahumu l-laha inna l-laha ghafūrun raḥīmun
De ware gelovigen zijn slechts degenen die in Allah en Zijn Boodschapper geloven. En als zij met hem (de Profeet) zijn bij een gezamelijke zaak, dan vragen zij toestemming om te vertrekken. Waarlijk! Degenen die jou (O Mohammed) toestemming vragen zijn zij, die (echt) in Allah en Zijn Boodschapper geloven. Als zij voor eigen zaken jouw toestemming vragen, geef dan toestemming aan wie je wilt, en vraag Allah om vergiffenis. Waarlijk, Allah is Vergevingsgezind, Genadevol.
lā tajʿalū duʿāa l-rasūli baynakum kaduʿāi baʿḍikum baʿḍan qad yaʿlamu l-lahu alladhīna yatasallalūna minkum liwādhan falyaḥdhari alladhīna yukhālifūna ʿan amrihi an tuṣībahum fit'natun aw yuṣībahum ʿadhābun alīmun
Behandel de uitnodiging van de Boodschapper onder jullie niet zoals je de uitnodiging van elkaar behandelt. Allah kent degenen onder jullie die in het geheim wegglippen. En laat degenen die tegen de bevelen van de Boodschapper zijn oppassen, want anders kan een beproeving of een pijnlijke bestraffing hen treffen.
alā inna lillahi mā fī l-samāwāti wal-arḍi qad yaʿlamu mā antum ʿalayhi wayawma yur'jaʿūna ilayhi fayunabbi-uhum bimā ʿamilū wal-lahu bikulli shayin ʿalīmun
Zeker, aan Allah behoort wat in de hemelen en op aarde is. Zeker, Hij kent jullie toestand en (Hij kent) de Dag waarop zij tot Hem worden teruggebracht, dan zal Hij hen vertellen wat zij gedaan hebben. En Allah is van alles Alwetend.
QuranQari.Pk